Als het geluid van de ronkende motor
wegsterft trek ik mij terug vrij om mijzelf
te zijn, me niet te hoeven voegen naar de
wetten van de anderen. O, er zijn dagen
die licht vallen, aan tafel zeggen ze dat
het verrukkelijk is, ze kwetteren er op los
maar boven mijn bord houd ik mijn mond
zo gaat het hier.
De namiddagzon valt op de naderende
auto er wordt niemand verwacht
een vreemdeling zo lijkt het, hij vraagt
naar de brug, ik praat en gebaar ik zou
hem kunnen brengen. Er is zoveel vibratie
in de lucht we voelen hoe het zit
en ik gooi mijn harnas weg.
In de dagen en nachten die kwamen bestond
enkel nog een stroom van vuur het brak een
lichaam open.
Het naderende geluid van de ronkende motor
luidt de thuiskomst in en ik lieg ze voor over mijn
dagen hoe het was en wat ik deed.