Oprukkende stad

Hij is als een man houdt van storm maar ook van rozen
niet van zijn wortels in bevroren grond. De winter is hard
dan heeft hij weinig om het lijf en verlangt hevig naar het
uitbottend jaargetij en meisjes in uitwaaierende rokjes

zijn kruin laat hij aan de kraaien die er schommelen
in stormweer en als het donkert is hij hun thuis voor de nacht
hij houdt van de tijd met de jonge gezinnen van hun drukte
op de aanvliegroute

als de hitte van de zomer tussen zijn takken hangt wuift
hij koelte naar hen die dronken liggen uit te hijgen
hoe graag zou hij zelf eens bij opkomende zon met de jonge
zilverberk van even verderop voor het te laat is

want hij voelt de oprukkende stad vreten aan zijn wortels
en deelt zijn vrees met de schreeuwende uil als die langs komt.

Terug naar alle gedichten

Bookmark de permalink.