Vannacht moest ik het hoofd boven water houden
het gezicht van mijn vader dreef voorbij. Het land
stroomde over, de grond scheurde open.
Zaad werd door weer en wind weggespoeld. Ik denk
dat hij dood is, het weten sluimert ondergronds.
Eigenlijk weet ik het zeker, het is het gemak waarmee
ik het opschrijf – de grond is te nat om te ploegen
naar zekerheid.