Er werd al wel eens maar dat het ooit en dat
het zo diep zou zijn en niets om te dichten
nu is het zo een pijnlijk – dat ik in nachtelijk
donker jaag over schoon gewaaide velden
zoekend naar mijn dode koningin
maar er is alleen en soms onheilspellend
huilen van een niet gemiste prairiehond
de jacht duurt tot het kale ochtendlicht schuurt
aan schouders en vogels lawaaiig proeven
aan een nieuwe dag.