Met een het moet nu maar eens gebeuren gezicht
zitten ze aan de keukentafel. De moeder heeft er
nog geen weet van – het is ook nog maar kwart over
negen en voorjaarsvakantie – tot de woorden pardoes
op tafel belanden. Ze willen weten hoe en giechelen
achter hun hand, ongemakkelijk schuift ze aan.
Kon ze maar dralen met zachte letters
maar kinderlijk ongenaakbaar eisen zij
de gehele materie tot diep in de moederschoot
met een gemak alsof ze al wisten.
Wrokkig denkt zij aan de vader die met
opgestroopte mouwen op veilige afstand
zijn ochtendpost doorneemt.