Tweeduister, drie schimmige lichtvoetige
figuurtjes, bewogen zich langzaam voort
zo te zien waren het kinderen. Ze hadden
geen gezichtjes. In hun kielzog drie katten.
Waren ze de ouders ontvlucht?
Ik kon het niet verdragen, moest ze redden
maar hoe ik ook greep ze vielen als poeder
door mijn handen.
Mismoedig trok ik mij terug, veerde op, want
daar waren ze weer. Verbluft keek ik toe hoe
ze zich samen met de katten stortten op een reus-
achtige bruine muis die het lijdzaam verdroeg.
Ik wilde gillen, maar veel geluid kwam er niet
de kater van het huis keek verbaasd op mij neer.