Nog nooit had hij iemand deelgenoot gemaakt
droeg zijn dromen mee op bizarre tochten
vol dwaze lotgevallen en veel misère
er groeide een groots plan in zijn hoofd hij beleefde
in gedachten al de sensatie van het loskomen maar
er was ook de pijn om zijn onmogelijkheid
op een zonnige doordeweekse dag -hij had nog
een potje geschaakt een biertje gedronken- nam hij
tree voor tree de weg naar de juiste startbaan
sloot de ogen en spreidde juichend zijn vleugels
onder zich zag hij een wereld vol bloemen en zijn moeder
met hem als kind in haar armen hij wilde roepen dat
het hem speet of zwaaien maar de zon schroeide zijn vleugels
hij zag niets meer merkte niet dat de aarde hem hardhandig
omhelsde en zich mengde met zijn bloed.
Naar een schilderij van Wolfgang Mattheuer