De terp van Leidschenveen

Als een parel oplichtend in de zon.
Zo zag ik je staan, boven op je grasgroene
heuvel. Je kleine  torenspits strak getekend
tegen fel blauwe lucht.

Een smal pad leidt nieuwsgierigen
naar boven. Maar je deur blijft eeuwig
dicht. Binnenin geen woord van God,
devoot gezang of gebeden.

Wind en niets ben je, een schijngestalte
zonder ziel in een stadse vinexwijk.

Metafoor van onze tijd.

Terug naar alle gedichten

Bookmark de permalink.