Zonder titel (3)

De natuur toont zich in blije kleuren
tere blaadjes en knopjes openen zich schuchter.
De natuur geeft geen krimp.

Toch is niets meer hetzelfde. Losgeslagen zijn we
als verloren schepen op ruwe zee. Noodklokken luiden.
Er vallen doden, niet meer in een hand te houden.

Radio en TV bepalen het ritme van de dag. Heren in
blauwe pakken met gestrikte dassen vertellen wat wel
en niet. We hangen aan hun lippen.
Buitenaardse wezens blijken dokters en zusters ze
zwoegen dag en nacht.

Huizen worden kantoren en leslokalen. Mensen
ontpoppen zich tot hamsteraars. Voedselbanken
vallen stil. De eigen vesting zwaar bewaakt, niemand
komt er in.

Er wordt gezongen, gebeden en geklapt. Kinderen
speuren naar beren achter de ramen. Iets groots komt
op gang.

Zakken vol saamhorigheid aangesjouwd.

 

 

Terug naar alle gedichten

Bookmark de permalink.