Vliegers alias Rembrandt

Hij leefde vol vuur zijn levens. Vaak was hij een kip maar
ook een indiaan. Gekleed in een fladderende bontjas met rood
fluwelen baret en pauwenveer was hij Rembrandt. Eerlijk gepikte
werken uit de containers van de kunstakademie maakte hij zich
met enkele penseelstreken eigen.

Hij was een vrolijke gebruiker, ik een beste vriendin
vaak zei ik: je gaat nog eens dood!
Hij lachte dan schaterend of kakelde luid, sloeg zich
op zijn magere borst en zei: ikke niet hoor!

Nu ligt hij in deze smalle ruimte zijn pokerface
staart in het niets. Het konijn is er ook, heeft zich
brutaal op het dode veulen gelegd. Hoe dan ook
de voeten blijven warm.

Penselen en verf sieren de boeketten.
Zou hij zijn advocaatje mét wel hebben gehad
want zonder de wellust van het lepelen.

Dan gaat hij:
ikke niet hoor!

Terug naar alle gedichten

Bookmark de permalink.